ECLI:NL:CRVB:2009:BJ7824
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R. Kooper
- A.B.J. van der Ham
- J.N.A. Bootsma
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens schending inlichtingenverplichting bij autohandel
Appellanten ontvingen bijstand op grond van de WWB en hadden in de periode 1998 tot 2005 meerdere auto's op hun naam staan, waarvan zij geen melding maakten aan het College. Uit onderzoek van de RDW bleek dat elf auto's gedurende korte tijd op naam van appellant stonden en zes daarvan direct na registratie geëxporteerd werden, wat duidt op handelsactiviteiten.
Het College trok de bijstand over diverse maanden in en vorderde de kosten terug wegens schending van de inlichtingenverplichting. Appellanten voerden aan dat het College de RDW-gegevens niet had mogen opvragen en dat zij niet verplicht waren de autohandel te melden. De Raad verwierp deze bezwaren en stelde vast dat het College bevoegd was tot intrekking en terugvordering volgens het geldende beleid.
De Raad oordeelde dat appellanten geen bijzondere omstandigheden hadden aangevoerd die afwijking van het beleid rechtvaardigden. Ook het opleggen van een maatregel wegens schending van de inlichtingenverplichting werd bevestigd. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking en terugvordering van bijstand worden bevestigd.