ECLI:NL:CRVB:2009:BJ7719
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R. Kooper
- A.B.J. van der Ham
- J.N.A. Bootsma
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing langdurigheidstoeslag WWB wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant heeft een aanvraag ingediend voor een langdurigheidstoeslag op grond van artikel 36 van Pro de Wet werk en bijstand (WWB). Het College van burgemeester en wethouders van Amsterdam wees deze aanvraag af omdat appellant in de relevante periode van 60 maanden inkomsten uit arbeid heeft ontvangen die niet als zeer gering kunnen worden aangemerkt.
De rechtbank vernietigde het besluit wegens het ontbreken van een hoorzitting, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand. Appellant stelde in hoger beroep dat de rechtbank de zaak had moeten terugverwijzen naar het College om een volwaardige bezwaarprocedure mogelijk te maken.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat appellant ruimschoots gelegenheid heeft gehad om zijn visie kenbaar te maken en dat het achterwege blijven van een hoorzitting niet tot schending van de hoorplicht heeft geleid. Tevens bevestigt de Raad dat appellant niet voldoet aan de voorwaarden voor de langdurigheidstoeslag. Het hoger beroep wordt daarom verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De afwijzing van de langdurigheidstoeslag wordt bevestigd omdat appellant niet voldoet aan de inkomenseis en geen schending van de hoorplicht is vastgesteld.