ECLI:NL:CRVB:2009:BJ7371
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- J. Riphagen
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Ziektewetuitkering wegens loondoorbetalingsplicht werkgever
Appellant, werkzaam bij een uitzendbureau, werd ziek gemeld na een ongeval en vroeg een Ziektewetuitkering aan. Het UWV weigerde deze uitkering omdat appellant recht heeft op loondoorbetaling door zijn werkgever. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit in hoger beroep.
De Raad stelde vast dat appellant meerdere arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd had, die elkaar met tussenpozen van minder dan drie maanden opvolgden, waardoor de arbeidsovereenkomst per 4 september 2006 als voor onbepaalde tijd geldt. Omdat er geen bewijs was van beëindiging van deze arbeidsovereenkomst, was er sprake van een dienstbetrekking en had de werkgever een loondoorbetalingsplicht bij ziekte.
De exacte omvang van de loondoorbetalingsverplichting is een civiele zaak tussen appellant en werkgever en valt buiten de reikwijdte van de Ziektewet. De Raad wees ook op een telefoonrapport waaruit bleek dat de werkgever bereid was tot betaling, maar appellant niet op een afspraak verscheen. Het hoger beroep werd verworpen en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de weigering van de Ziektewetuitkering bevestigd wegens loondoorbetalingsplicht werkgever.