ECLI:NL:CRVB:2009:BJ7361
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- J.P.M. Zeijen
- M. Greebe
- Rechtspraak.nl
Intrekking WAO-uitkering na beoordeling medische en arbeidskundige gronden
Betrokkene, laatstelijk werkzaam als fulltime verkoopster, viel sinds 1992 uit wegens psychische en later ook lichamelijke klachten. Het UWV trok in 2005 haar WAO-uitkering in vanwege een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%. De rechtbank verklaarde het bezwaar gegrond en vernietigde het besluit, mede op basis van een deskundigenrapport dat beperkingen in vervoersmogelijkheden aannam.
De rechtbank liet een psychiater als deskundige rapporteren, die een chronische obsessief-compulsieve stoornis vaststelde en ook lichamelijke klachten die beperkingen zouden veroorzaken. De bezwaarverzekeringsarts paste daarop de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) aan, maar nam de vervoersbeperking niet over. De rechtbank volgde de deskundige en vernietigde het besluit wegens onvoldoende zorgvuldigheid.
Het UWV ging in hoger beroep en voerde aan dat de beperkingen met betrekking tot dwanghandelingen wel waren meegenomen en dat de vervoersbeperking niet aannemelijk was, mede omdat lichamelijke klachten pas later waren gemeld en er geen medische gegevens waren die een vervoersbeperking bevestigden. De Raad oordeelde dat het UWV voldoende rekening had gehouden met de dwangklachten en dat er geen medische grondslag was voor een vervoersbeperking op de datum in geding.
Ook de arbeidskundige onderbouwing van het besluit werd voldoende geacht. De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank, verklaarde het beroep ongegrond en wees de bezwaren tegen de termijnoverschrijding af, waarbij betrokkene het voordeel van de twijfel kreeg.
Uitkomst: Het beroep van betrokkene wordt ongegrond verklaard en het besluit tot intrekking van de WAO-uitkering blijft in stand.