ECLI:NL:CRVB:2009:BJ7254
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- A.B.J. van der Ham
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Herziening en terugvordering bijstand wegens onvoldoende inlichtingen over muziekactiviteiten
Appellant ontving vanaf 19 oktober 2004 bijstand op grond van de WWB. Het College herzag deze bijstand en vorderde terug omdat appellant onvoldoende informatie had verstrekt over zijn activiteiten als lid van een muziekband, waardoor het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, maar in hoger beroep oordeelt de Raad dat appellant niet vanaf de datum van toekenning bijstand (19 oktober 2004) in betekenende mate de muziekactiviteiten heeft verricht. De Raad stelt de aanvang van deze activiteiten op 1 maart 2005, de maand waarin een nieuwe CD werd uitgebracht en promotieactiviteiten zijn gestart.
Omdat appellant geen melding maakte van deze activiteiten vanaf 1 maart 2005, heeft hij de inlichtingenplicht geschonden. De Raad onderschrijft de bewijslastverdeling en concludeert dat appellant onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt recht te hebben op aanvullende bijstand. De Raad vernietigt het eerdere besluit voor de periode van 19 oktober 2004 tot 28 februari 2005 en de terugvordering in zijn geheel, en beveelt het College een nieuw besluit te nemen.
Daarnaast veroordeelt de Raad het College in de proceskosten van appellant en bepaalt dat het griffierecht wordt vergoed.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking en terugvordering van bijstand wordt vernietigd voor het deel tot 28 februari 2005 en het College moet een nieuw besluit nemen.