ECLI:NL:CRVB:2009:BJ7028
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- J.P.M. Zeijen
- M. Greebe
- Rechtspraak.nl
Intrekking WAO-uitkering niet zorgvuldig vanwege ontbreken psychische informatie
Betrokkene maakte bezwaar tegen de intrekking van haar WAO-uitkering, welke was gebaseerd op een veronderstelde vermindering van haar arbeidsongeschiktheid tot minder dan 15% vanaf september 2005. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit omdat de bezwaarverzekeringsartsen nagelaten hadden informatie in te winnen bij de behandelaars over de psychische toestand van betrokkene.
In hoger beroep stelde appellant dat het opvragen van deze informatie niet nodig was omdat de lichamelijke klachten voorop stonden en betrokkene tijdens de hoorzitting instemde met het niet opvragen van gegevens bij haar psychiater. Betrokkene stelde echter dat zij ten tijde van het onderzoek afhankelijk was van medicatie en niet adequaat kon reageren vanwege haar psychische toestand.
De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank dat de arts Mulier had moeten nagaan of zijn indruk dat de psychische klachten sterk waren afgenomen overeenkwam met de bevindingen van de behandelaars. Dit verzuim werd ook in de bezwaarfase niet hersteld. De Raad concludeerde dat het bestreden besluit niet zorgvuldig tot stand was gekomen en verklaarde het hoger beroep ongegrond, waarmee de uitspraak van de rechtbank werd bevestigd.
Daarnaast veroordeelde de Raad appellant in de proceskosten van betrokkene ten bedrage van € 644,- en bepaalde dat appellant een griffierecht van € 433,- moest betalen.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en het besluit tot intrekking van de WAO-uitkering wordt vernietigd wegens onvoldoende zorgvuldigheid.