ECLI:NL:CRVB:2009:BJ6770
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- J.P.M. Zeijen
- R. Kruisdijk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekkingsbesluit WAO-uitkering wegens onjuiste medische grondslag
Appellante, werkzaam als filiaalmanager, viel in 2000 uit wegens psychische klachten en ontving vanaf 2001 een WAO-uitkering. Het UWV trok deze uitkering in 2005 in op grond dat haar arbeidsongeschiktheid minder dan 15% bedroeg. De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze intrekking ongegrond.
In hoger beroep betoogde appellante dat de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) onjuist was vastgesteld. Zij overlegde een psychiatrisch rapport dat de beperkingen onderschatte. Het UWV paste de FML daarop aan, maar handhaafde het besluit. De arbeidsdeskundige bevestigde dat de functies waarop de schatting was gebaseerd geschikt bleven.
De Raad oordeelde dat het oorspronkelijke besluit was gebaseerd op een onjuiste medische grondslag en vernietigde het besluit en de uitspraak van de rechtbank. De nieuwe FML werd als juist aanvaard en de rechtsgevolgen van het besluit bleven gehandhaafd. Het UWV werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van appellante.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de WAO-uitkering wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand; het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.