ECLI:NL:CRVB:2009:BJ6363
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- J.P.M. Zeijen
- R. Kruisdijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAZ-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante, werkzaam als zelfstandig veehoudster, vroeg een WAZ-uitkering aan wegens klachten gerelateerd aan ME en cardiomyopathie. Het UWV wees de uitkering af omdat zij minder dan 25% arbeidsongeschikt werd geacht. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat het UWV voldoende medische gegevens had om dit oordeel te baseren.
In hoger beroep werd nieuwe medische informatie ingebracht, waaronder cardiologische rapporten en adviezen van specialisten. De Raad oordeelde dat het onderzoek door de UWV-verzekeringsartsen zorgvuldig was en dat er geen aanwijzingen waren dat appellante zwaardere beperkingen had op de datum van belang. De cardiomyopathie, vastgesteld in 2006, leidde niet tot beperkingen in 2004.
De Raad bevestigde dat de functies waarop de arbeidsongeschiktheid werd gebaseerd passend waren en dat appellante daarvoor geschikt bleef. Het hoger beroep werd afgewezen en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAZ-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.