ECLI:NL:CRVB:2009:BJ6112
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering herkeuring en intrekking WAO-uitkering wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellant verzocht het UWV om terug te komen op het besluit van 13 januari 2003 waarbij zijn aanvraag voor een WAO-uitkering werd afgewezen wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid. Hij stelde dat er sprake was van nieuwe feiten, waaronder de diagnose CVS/ME, en dat het eerdere onderzoek niet zorgvuldig was geweest. Het UWV wees dit verzoek af omdat er geen nieuwe feiten of omstandigheden waren die het eerdere besluit konden wijzigen.
De rechtbank bevestigde dit standpunt en oordeelde dat de medische verklaringen reeds bekend waren in eerdere procedures en dus niet als nieuwe feiten konden worden aangemerkt. Ook de door het UWV toegevoegde Incidentele Mededeling, die herkeuring bij CVS/ME mogelijk maakt bij een onjuiste verzekeringsgeneeskundige grondslag, was niet van toepassing omdat de verzekeringsarts destijds beperkingen had aangenomen en er geen sprake was van een onjuiste grondslag.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef deze conclusies en bevestigde de aangevallen uitspraak. De Raad achtte geen gronden aanwezig voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro en wees het beroep van appellant af. De weigering tot herkeuring en intrekking van de WAO-uitkering blijft daarmee in stand.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van het UWV om terug te komen op het eerdere besluit tot afwijzing van de WAO-uitkering wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.