ECLI:NL:CRVB:2009:BJ5909
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- J.P.M. Zeijen
- R. Kruisdijk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering WIA-uitkering ondanks medische beperkingen
Appellante heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het UWV om haar geen WIA-uitkering toe te kennen per 2 januari 2006, vanwege beperkingen door onder meer fibromyalgie, longklachten en psychische klachten. Na diverse medische en arbeidskundige onderzoeken, waaronder door bezwaarverzekeringsartsen Van der Leij en Van Zelst, en bezwaararbeidsdeskundige Van Dam, is vastgesteld dat appellante beperkt is maar nog in staat om passende arbeid te verrichten.
De rechtbank had het besluit vernietigd wegens onvoldoende onderbouwing van de passendheid van de geselecteerde functies, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit intact. In hoger beroep bevestigt de Raad dat de medische onderzoeken zorgvuldig zijn uitgevoerd en dat de beperkingen van appellante adequaat zijn meegenomen. De arbeidskundige beoordeling is eveneens voldoende onderbouwd, waarbij enkele functies als passend worden beschouwd.
De Raad oordeelt dat de juiste en volledige onderbouwing van het besluit pas in hoger beroep is gegeven, waardoor het bestreden besluit en de aangevallen uitspraak (behoudens proceskosten en griffierecht) worden vernietigd. De rechtsgevolgen van het besluit blijven echter in stand. Het UWV wordt veroordeeld in de proceskosten van appellante en moet het griffierecht vergoeden.
Uitkomst: Het besluit van het UWV wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand; het UWV wordt veroordeeld in de proceskosten.