ECLI:NL:CRVB:2009:BJ5586
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing terugvordering bijstand en bezwaar ontvankelijkheid
Appellant en appellante maakten bezwaar tegen een terugvorderingsbesluit van het College van burgemeester en wethouders van Amsterdam, waarbij bijstand ten onrechte was ontvangen en teruggevorderd. Het bezwaar werd door het College niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn. De rechtbank vernietigde dit besluit op bezwaar wegens ondeugdelijke motivering, maar liet de rechtsgevolgen in stand.
In hoger beroep bevestigt de Raad dat het bezwaar van appellant terecht niet-ontvankelijk is verklaard, omdat het besluit van 4 september 2004 op juiste wijze aan hem was bekendgemaakt en hij niet aannemelijk maakte het niet te hebben ontvangen. Het bezwaar van appellante wordt echter ontvankelijk verklaard, omdat het besluit niet separaat aan haar was toegezonden en zij aannemelijk maakte geen bemoeienis te hebben met aan appellant gerichte post.
De Raad vernietigt het deel van de uitspraak dat de rechtsgevolgen van het besluit ten aanzien van appellante in stand laat en bepaalt dat het College binnen twaalf weken opnieuw op haar bezwaar moet beslissen, met inachtneming van de uitspraak. Tevens wordt het College veroordeeld in de proceskosten van appellante en dient het griffierecht te worden vergoed.
Uitkomst: Het bezwaar van appellant is niet-ontvankelijk, het bezwaar van appellante is ontvankelijk verklaard en het College moet opnieuw op haar bezwaar beslissen.