ECLI:NL:CRVB:2009:BJ5584
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing bijstandsuitkering wegens woonadresdiscussie
Appellant was ingeschreven op een adres en ontving bijstand als alleenstaande. Na een herbeoordeling beëindigde de gemeente Amsterdam de uitkering omdat zij twijfelde aan het feitelijke verblijf van appellant op het opgegeven adres. Appellant diende meerdere aanvragen in die werden afgewezen, waarna hij beroep instelde tegen het besluit van 24 januari 2006 dat zijn bezwaar ongegrond verklaarde.
De rechtbank oordeelde dat appellant niet op het opgegeven adres woonde, onder meer omdat bij huisbezoeken weinig bewoning werd aangetroffen en appellant niet thuis was. Appellant stelde dat hij wel degelijk woonde op het adres, maar vanwege financiële problemen zijn administratie en eten bij zijn moeder waren. De Centrale Raad van Beroep achtte de bevindingen bij het huisbezoek van 7 oktober 2005 in samenhang met de verklaring van appellant voldoende om te concluderen dat appellant wel op het adres woonde.
De Raad stelde dat het College onvoldoende onderzoek had gedaan naar omstandigheden die de geloofwaardigheid van appellant konden aantasten. Omdat appellant openheid gaf en als enige op het adres stond ingeschreven, vernietigde de Raad het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank. Het College werd opgedragen een nieuw besluit te nemen en veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten.
Uitkomst: Het besluit van 24 januari 2006 wordt vernietigd en het College wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.