ECLI:NL:CRVB:2009:BJ5561
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- A.B.J. van der Ham
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing bijstandsuitkering wegens gezamenlijke huishouding
Appellant heeft op 5 mei 2006 een bijstandsuitkering aangevraagd die door het College van burgemeester en wethouders van Leiden is afgewezen wegens het voeren van een gezamenlijke huishouding met een kennis die op hetzelfde adres woont. Na een huisbezoek en onderzoek concludeerde het College dat appellant en de kennis hun hoofdverblijf in dezelfde woning hadden en blijk gaven van wederzijdse zorg, onder meer door het delen van gebruiksartikelen en zorg voor elkaar.
Appellant stelde in hoger beroep dat hij geen gezamenlijke huishouding voerde, maar de Raad volgde het oordeel van de rechtbank dat de feiten en omstandigheden, zoals het niet betalen van huur door de kennis en de wederzijdse zorg, voldoende bewijs leverden voor het voeren van een gezamenlijke huishouding. Hierdoor was appellant geen zelfstandig bijstandsgerechtigde.
Een tweede aanvraag van appellant op 1 augustus 2006 werd eveneens afgewezen omdat hij niet had aangetoond dat er sprake was van een wijziging in de omstandigheden. De Raad bevestigde daarom de eerdere uitspraak en wees het beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De afwijzing van de bijstandsuitkering wordt bevestigd omdat appellant een gezamenlijke huishouding voert en geen zelfstandig recht op bijstand heeft.