ECLI:NL:CRVB:2009:BJ5483
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- A.B.J. van der Ham
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens gezamenlijke huishouding vanaf 1 januari 2005
Appellanten voerden een geschil over de intrekking en terugvordering van bijstandsuitkering aan appellante, waarbij het College stelde dat zij vanaf 1 januari 2005 een gezamenlijke huishouding voerden zonder dit te melden. De rechtbank Roermond had eerder vastgesteld dat een gezamenlijke huishouding bestond vanaf een latere datum dan door het College gesteld, waardoor de besluiten van het College werden vernietigd voor de periode vóór 1 januari 2005.
De Centrale Raad van Beroep beoordeelde het hoger beroep en concludeerde dat er voldoende feitelijke grondslag was om aan te nemen dat appellanten vanaf 1 januari 2005 een gezamenlijke huishouding voerden. Dit werd onderbouwd met verklaringen van appellanten zelf, verklaringen van omwonenden, en objectieve gegevens zoals waterverbruik en postbestanden.
De Raad oordeelde dat appellante vanaf die datum niet langer als zelfstandig bijstandsgerechtigde kon worden beschouwd en dat zij haar inlichtingenplicht had geschonden door dit niet te melden. Het College was daarom bevoegd de bijstand in te trekken en de ten onrechte verleende bijstand terug te vorderen, ook mede van appellant. De Raad zag geen reden om af te wijken van het beleid en bevestigde de aangevallen uitspraak, zonder proceskosten toe te kennen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking en terugvordering van bijstand vanaf 1 januari 2005 bevestigd.