ECLI:NL:CRVB:2009:BJ5409

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
14 augustus 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08-204 WAO
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75 AwbWet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO)
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Herziening WAO-uitkering en toekenning 80-100% arbeidsongeschiktheid per 27 september 2006

Appellante ontving sinds 2001 een WAO-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. In 2006 werd deze uitkering herzien naar 35 tot 45% arbeidsongeschiktheid, omdat zij geschikt werd geacht voor gangbaar werk. Appellante maakte bezwaar tegen deze herziening, maar het Uwv verklaarde het bezwaar ongegrond. De rechtbank vernietigde dit besluit echter en liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand.

Appellante ging in hoger beroep tegen het in stand laten van de rechtsgevolgen. Tijdens de procedure gaf het Uwv aan het eerdere standpunt niet langer te onderschrijven en besloot appellante per 27 september 2006 doorlopend aan te merken als 80 tot 100% arbeidsongeschikt. De Raad oordeelde daarom dat het hoger beroep slaagt en vernietigde de aangevallen uitspraak voor zover aangevochten.

De Raad bepaalde tevens dat het betaalde griffierecht aan appellante wordt vergoed. Er is geen aanleiding voor vergoeding van proceskosten op grond van artikel 8:75 Awb Pro. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 14 augustus 2009.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en appellante wordt vanaf 27 september 2006 volledig arbeidsongeschikt geacht.

Uitspraak

08/204 WAO
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[Naam appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante),
tegen de uitspraak van de rechtbank Zwolle-Lelystad van 28 november 2007, 07/89 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellante
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 14 augustus 2009
I. PROCESVERLOOP
Appellante heeft hoger beroep ingesteld. Namens haar zijn de gronden van het hoger beroep ingediend door A.K. Wildeboer, werkzaam bij Ango Noord te Groningen.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Namens appellante is meerdere malen aanvullende medische informatie ingezonden.
Het Uwv heeft daarop steeds gereageerd.
De Raad heeft een vraag gesteld aan het Uwv.
Het Uwv heeft daarop gereageerd met toezending van een rapport van 6 mei 2009 van H.F. Westerman, bezwaararbeidsdeskundige.
Hierop is namens appellante bij brief van 26 mei 2009 gereageerd.
Bij brief van 2 juli 2009 heeft het Uwv de Raad bericht dat appellante ingaande 27 september 2006 doorlopend voor 80 tot 100% arbeidsongeschikt is aan te merken.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 3 juli 2009. Partijen zijn – het Uwv met bericht – niet verschenen.
II. OVERWEGINGEN
1.1. Appellante is in 2000 met linker handklachten uitgevallen voor haar werk als verkoopster gedurende 30 uur per week. Ingaande 29 april 2001 is aan appellante een uitkering krachtens de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) toegekend, berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%.
1.2. Bij besluit van 3 augustus 2006 is deze uitkering, na verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig onderzoek, ingaande 27 september 2006 herzien naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 35 tot 45%. Hieraan ligt ten grondslag dat appellante haar oorspronkelijke werk nog niet (volledig) kon doen, maar wel geschikt werd geacht voor gangbaar werk.
1.3. Bij besluit op bezwaar van 28 november 2006 (hierna: het bestreden besluit) heeft het Uwv het bezwaar van appellante tegen het besluit van 3 augustus 2006 ongegrond verklaard.
2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellante tegen het bestreden besluit gegrond verklaard en dat besluit vernietigd en bepaald dat de rechtgevolgen van het vernietigde besluit geheel in stand blijven. Tevens heeft de rechtbank aanvullende beslissingen gegeven ter zake van proceskosten en griffierecht.
3. Het hoger beroep van appellante richt zich (uitsluitend) tegen het in stand laten door de rechtbank van de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit.
4. Bij besluit van 11 juli 2008 is de aan appellante verstrekte WAO-uitkering ingaande 18 april 2008 verhoogd en gebaseerd op een mate van arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%.
5. Nu het Uwv bij brief van 2 juli 2009 de Raad heeft meegedeeld dat het in het bestreden besluit vervatte standpunt niet langer wordt onderschreven en dat besloten is appellante ingaande 27 september 2006, de in geding zijnde datum, doorlopend voor 80 tot 100% arbeidsongeschikt aan te merken, oordeelt de Raad dat het hoger beroep slaagt. De aangevallen uitspraak, voor zover aangevochten, dient derhalve te worden vernietigd.
6. Van voor vergoeding op grond van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht in aanmerking komende proceskosten van appellante is niet gebleken.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Vernietigt de aangevallen uitspraak, voor zover aangevochten;
Bepaalt dat het Uwv aan appellante het betaalde griffierecht van € 106,- vergoedt.
Deze uitspraak is gedaan door J.W. Schuttel als voorzitter en J.P.M. Zeijen en R. Kruisdijk als leden, in tegenwoordigheid van J.M. Tason Avila als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 14 augustus 2009.
(get.) J.W. Schuttel.
(get.) J.M. Tason Avila.
EV