ECLI:NL:CRVB:2009:BJ4678
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering na medische en arbeidskundige beoordeling
Appellant, die sinds 1999 een WAO-uitkering ontvangt vanwege een myocardinfarct en ernstige anafylactische shock, werd geconfronteerd met een besluit van het UWV om zijn uitkering per 14 augustus 2006 in te trekken. Dit besluit was gebaseerd op medische en arbeidskundige rapportages, waaronder een Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) die rekening hield met zijn beperkingen.
Appellant voerde in bezwaar en beroep aan dat zijn beperkingen, met name op het gebied van cognitieve stoornissen, stemmingsproblematiek, allergische reacties en urenbeperkingen door misselijkheid, onvoldoende waren erkend. Hij stelde dat functies met blootstelling aan stof, rook, gassen, dampen en huidcontact ongeschikt voor hem waren.
De Raad concludeerde dat de medische informatie geen aanwijzingen gaf voor een onderschatting van de beperkingen. De FML hield rekening met de cardiale en psychische situatie, en de allergoloog had geen beperkingen geadviseerd voor contact met stoffen. Ook was er geen medisch bewijs voor een urenbeperking. Zelfs indien functies met blootstelling aan genoemde stoffen zouden vervallen, bleven voldoende geschikte functies over.
De Raad bevestigde daarmee het oordeel van de rechtbank en het besluit van het UWV. Er was geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. De intrekking van de WAO-uitkering blijft in stand.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd wegens voldoende medische en arbeidskundige onderbouwing.