ECLI:NL:CRVB:2009:BJ4561
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering en toeslag wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante was het niet eens met de intrekking van haar WAO-uitkering en toeslag, die waren gebaseerd op een medische en arbeidskundige beoordeling waaruit bleek dat haar arbeidsongeschiktheid was gedaald tot minder dan 15%.
De rechtbank had eerder geoordeeld dat de medische grondslag deugdelijk was en dat de arbeidskundige onderbouwing onvoldoende was, waarna het Uwv opnieuw op bezwaar moest beslissen. Bij de nieuwe besluiten werden de bezwaren ongegrond verklaard, waarbij de rechtbank oordeelde dat de medische beoordeling niet ter discussie stond en dat het Uwv terecht had afgezien van een nieuwe hoorzitting.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat de medische beoordeling wel ter discussie zou moeten staan en dat zij opnieuw gehoord had moeten worden. De Centrale Raad van Beroep oordeelde echter dat de rechtbank juist had gehandeld, dat de medische beoordeling vaststond en dat het hoger beroep faalde.
De Raad bevestigde daarom de eerdere uitspraken en zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de WAO-uitkering en toeslag en verklaart het hoger beroep ongegrond.