ECLI:NL:CRVB:2009:BJ4515
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijzondere bijstand woonkostentoeslag zonder terugwerkende kracht
Appellanten hebben bezwaar gemaakt tegen de afwijzing van hun aanvraag voor bijzondere bijstand in de vorm van een woonkostentoeslag voor de periode van 1 oktober 2004 tot en met 31 december 2005. Het College wees deze aanvraag af omdat bijzondere bijstand in beginsel niet met terugwerkende kracht wordt verleend. De rechtbank verklaarde het beroep van appellanten ongegrond.
In hoger beroep stelde de Raad vast dat geen eerdere aanvraag om woonkostentoeslag was ingediend dan die van 17 mei 2006. Uit de stukken bleek geen aanvraag voor de betwiste periode. Er waren ook geen bijzondere omstandigheden die een terugwerkende kracht rechtvaardigen. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat eerdere toekenningen geen ondubbelzinnige en ongeclausuleerde toezeggingen inhielden dat in de toekomst ook met terugwerkende kracht woonkostentoeslag zou worden verleend.
De Raad vernietigde het vonnis voor zover het niet op het beroep van appellante had beslist en behandelde dit beroep zelf. Ook dit beroep werd ongegrond verklaard. De Raad zag geen aanleiding voor proceskostenveroordeling en bepaalde dat het betaalde griffierecht wordt vergoed.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aanvraag bijzondere bijstand met terugwerkende kracht afgewezen.