ECLI:NL:CRVB:2009:BJ4284
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- C.P.J. Goorden
- J. Brand
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering Wajong-uitkering wegens inkomsten uit hennepkwekerij
Appellant ontving sinds 2002 een Wajong-uitkering op basis van een arbeidsongeschiktheidsklasse van 80 tot 100%. Het UWV besloot in 2007 de uitkering te verlagen naar een lagere klasse voor de periode februari tot oktober 2005, omdat appellant inkomsten had uit een hennepkwekerij. Tevens werd een bedrag teruggevorderd wegens ten onrechte betaalde uitkering.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze besluiten ongegrond, omdat het UWV aannemelijk had gemaakt dat appellant inkomsten had genoten en de schatting van het UWV juist was. Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij geen inkomsten had, dat de opbrengsten niet volledig aan hem toekwamen en dat de schatting onjuist was.
De Raad overwoog dat appellant geen boekhouding had en geen melding had gemaakt van inkomsten. Het arrest van het Gerechtshof Amsterdam in zijn strafzaak deed hieraan niet af. De Raad vond de schatting van drie oogsten redelijk en wees erop dat energiekosten in mindering waren gebracht. Ook was niet aannemelijk gemaakt dat anderen recht hadden op een deel van de opbrengst.
Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er waren geen gronden voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro. De Raad concludeerde dat appellant ten onrechte een hogere uitkering ontving en dat terugvordering terecht was.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de besluiten van het UWV worden bevestigd.