ECLI:NL:CRVB:2009:BJ4161
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- J.P.M. Zeijen
- R. Kruisdijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering na zorgvuldige medische beoordeling
Appellante, werkzaam als civiel assistente A, viel uit wegens psychische klachten en vroeg een WIA-uitkering aan. Het UWV stelde op basis van medisch onderzoek en arbeidsdeskundig rapport vast dat zij slechts beperkt arbeidsongeschikt was, waardoor geen recht op uitkering ontstond.
In de bezwaarprocedure werden de beperkingen nader onderzocht door een bezwaarverzekeringsarts en bezwaararbeidsdeskundige, die het verlies aan verdienvermogen op 14% stelden. Appellante voerde in hoger beroep aan dat aanvullend medisch onderzoek had moeten plaatsvinden, waaronder een expertise en toepassing van het verzekeringsgeneeskundig protocol voor aspecifieke lage rugpijn.
De Raad oordeelde dat het protocol niet van toepassing was omdat de aanvraag vóór de invoeringsdatum lag. De Raad vond het medisch onderzoek zorgvuldig en zag geen aanleiding voor inschakeling van een medisch deskundige. De functies waarop de belastbaarheid was gebaseerd, waren passend. De WSW-indicatie van appellante was niet doorslaggevend vanwege ontbrekende medische stukken en een intensieve therapie die de situatie had veranderd.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarmee het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, waarmee het hoger beroep werd verworpen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering wegens zorgvuldige vaststelling van beperkingen en belastbaarheid.