ECLI:NL:CRVB:2009:BJ3902
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T.L. de Vries
- H.J. de Mooij
- J.L.P.G. van Thiel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering verdere terugwerkende kracht AOW-herziening na arrest Wessels-Bergervoet
Appellante vroeg herziening van haar AOW-pensioen naar aanleiding van het arrest Wessels-Bergervoet van het EHRM, dat de korting op het AOW-pensioen van gehuwde vrouwen onrechtmatig achtte. De Sociale verzekeringsbank (Svb) had haar pensioen verhoogd met terugwerkende kracht tot 1 mei 2001 respectievelijk 1 januari 2002, maar weigerde verdere terugwerkende kracht toe te passen.
De Raad overwoog dat appellante voldoende bekend had kunnen zijn met de juridische consequenties van het arrest en de mogelijkheid tot herziening, onder meer door publicaties in het informatieblad "Inzicht" en media-aandacht. Omdat appellante geen rechtsmiddelen had aangewend tegen eerdere besluiten, was het oorspronkelijke besluit formeel onherroepelijk.
De Raad oordeelde dat er geen sprake was van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden die herziening met verdere terugwerkende kracht rechtvaardigen. Ook was er geen sprake van een bijzonder geval dat een langere terugwerkende kracht zou kunnen rechtvaardigen. Het bezwaar van appellante werd als kennelijk ongegrond beschouwd, en er was geen aanleiding voor een hoorzitting. De aangevallen uitspraak van de rechtbank werd bevestigd.
Uitkomst: De Raad bevestigt dat de Svb terecht heeft geweigerd de korting op het AOW-pensioen van appellante verder terugwerkend ongedaan te maken dan 1 mei 2001 respectievelijk 1 januari 2002.