ECLI:NL:CRVB:2009:BJ3892
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.J.H. Doornewaard
- J. Brand
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing beroep op herziening WAZ-uitkering wegens inkomsten uit verleasen melkquotum
Appellant maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om zijn WAZ-uitkering, oorspronkelijk toegekend bij een arbeidsongeschiktheid van 80% of meer, te verlagen naar een mate van 25-35% en later 55-65% vanwege inkomsten uit verleasen van zijn melkquotum. Hij stelde dat deze inkomsten niet voortkwamen uit arbeid, maar uit uitgesteld bedrijfsvermogen, en dat deze onterecht in mindering werden gebracht op zijn uitkering.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarbij werd overwogen dat de fiscale keuze van appellant bepalend is voor de vraag of sprake is van inkomsten uit arbeid, tenzij bijzondere omstandigheden dit rechtvaardigen. Appellant had zijn inkomsten uit het verleasen van het melkquotum als winst uit onderneming aangegeven en geen bijzondere omstandigheden aangetoond die afwijken van deze fiscale keuze.
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dit oordeel. De Raad overwoog dat appellant met het aangaan van een leaseovereenkomst en het nemen van beheersbeslissingen ten aanzien van het melkquotum inkomsten uit arbeid genereerde. Ook de beperkte omvang van de arbeidsinbreng na het sluiten van de overeenkomst was niet voldoende om de inkomsten als vermogen te kwalificeren. De Raad zag geen aanleiding om af te wijken van de fiscale keuze en wees het hoger beroep af.
De Raad achtte geen gronden aanwezig voor een proceskostenveroordeling en bevestigde de aangevallen uitspraken. De uitspraak werd gedaan door voorzitter Doornewaard en leden Brand en Hilhorst-Hagen op 17 juli 2009.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellant wordt afgewezen en de WAZ-uitkering wordt verlaagd op grond van inkomsten uit verleasen van het melkquotum als inkomsten uit arbeid.