ECLI:NL:CRVB:2009:BJ3886
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herroeping besluit intrekking bijstand wegens gezamenlijke huishouding
Appellante ontving bijstand als alleenstaande ouder. Het College trok haar uitkering in per 1 januari 2005 wegens het voeren van een gezamenlijke huishouding met de vader van haar tweede kind. Dit werd vastgesteld na onaangekondigde huisbezoeken en rapportages.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, stellende dat het College terecht het recht op bijstand had ingetrokken wegens schending van de inlichtingenplicht. Appellante ging hiertegen in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad oordeelde dat het besluit van 6 juli 2006 wel degelijk een besluit in de zin van de Awb is en dat de rechtbank ten onrechte het bezwaar tegen de feitelijke beëindiging van de bijstand per 1 januari 2005 aannam. Het College erkende dat voorafgaand aan het huisbezoek geen reden was om te twijfelen aan de juistheid van de gegevens en handhaafde het bezwaarbesluit niet langer.
De Raad vernietigde het besluit van 6 juli 2006, verklaarde het beroep gegrond en veroordeelde het College tot vergoeding van renteschade over de periode van niet-uitbetaling, proceskosten en griffierechten. De zaak werd niet terugverwezen naar de rechtbank omdat hernieuwde behandeling niet nodig was.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de bijstand wordt herroepen en het College wordt veroordeeld tot schadevergoeding en proceskosten.