ECLI:NL:CRVB:2009:BJ3872
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging toekenning WAJONG-uitkering bij arbeidsongeschiktheid van 45 tot 55%
Appellant kreeg op 23 mei 2006 een WAJONG-uitkering toegekend met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 45 tot 55%, gebaseerd op het oordeel dat hij twintig uur per week passende werkzaamheden kan verrichten. Het UWV handhaafde dit besluit na bezwaar. De rechtbank Arnhem bevestigde dit oordeel, waarbij de medische rapportage van de bezwaarverzekeringsarts als voldoende werd beschouwd.
In hoger beroep voerde appellant aan dat zijn niet-aangeboren hersenbeschadiging en de daardoor ontstane vermoeidheidsklachten het verrichten van duurzaam loonvormende arbeid onmogelijk maken. Hij betwistte daarmee de inschatting van de arbeidsdeskundige dat hij vier uur per dag kan werken. Het UWV overhandigde een rapport van de bezwaararbeidsdeskundige waarin de mate van arbeidsongeschiktheid ongewijzigd bleef.
De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank en vond geen nieuwe medische gegevens die het eerdere oordeel konden ondermijnen. Ook werd gewezen op het feit dat verder neuropsychologisch onderzoek niet haalbaar of zinvol werd geacht. De Raad concludeerde dat de belasting van de functies in overeenstemming is met de functionele mogelijkheden van appellant en bevestigde de eerdere uitspraak zonder toepassing van artikel 8:75 Awb Pro.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de toekenning van de WAJONG-uitkering met een arbeidsongeschiktheid van 45 tot 55%.