ECLI:NL:CRVB:2009:BJ3287
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- J.P.M. Zeijen
- R. Kruisdijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering na zorgvuldige vaststelling belastbaarheid
Appellant, werkzaam als verkoper, ontving sinds 2000 een WAO-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid. In 2006 werd zijn belastbaarheid herbeoordeeld door verzekeringsarts Hovy, die beperkingen vaststelde en een Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) opstelde. De arbeidsdeskundige concludeerde dat het verlies aan verdiencapaciteit nihil was, waarna het UWV de uitkering introk per 10 mei 2006.
In de bezwaarprocedure voerde de bezwaarverzekeringsarts Hoornstra een aanvullend onderzoek uit en stelde een aangepaste FML op, waarin extra beperkingen werden opgenomen. De bezwaararbeidsdeskundige concludeerde echter eveneens dat appellant geschikt was voor bepaalde functies. Het bezwaar werd ongegrond verklaard door het UWV.
Appellant stelde beroep in bij de rechtbank, die het UWV-standpunt bevestigde. In hoger beroep beperkte appellant zich tot de vraag of de aangepaste FML juist was vastgesteld. De Raad oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was verricht en dat er geen objectieve aanwijzingen waren dat appellant op de peildatum meer beperkt was dan vastgesteld. Ook de brief van neuroloog Stevens uit 2009 bracht geen nieuwe feiten die tot een ander oordeel konden leiden.
De Raad bevestigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank en wees een veroordeling in proceskosten af.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd na zorgvuldige vaststelling van de belastbaarheid van appellant.