ECLI:NL:CRVB:2009:BJ3032
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant verzocht om een WIA-uitkering, die door het UWV werd geweigerd op grond dat appellant met zijn beperkingen in staat zou zijn om passende functies uit te oefenen met een verdiencapaciteit boven de 35%.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant gegrond en vernietigde het besluit, maar het UWV nam een nieuw besluit op bezwaar waarin de bezwaren opnieuw ongegrond werden verklaard. De Centrale Raad van Beroep beoordeelde het hoger beroep tegen dit nieuwe besluit.
De Raad onderschreef de medische beoordeling van het UWV en vond geen aanwijzingen dat de beperkingen van appellant waren onderschat. De bezwaararbeidsdeskundige had drie functies geduid die appellant met zijn beperkingen zou kunnen uitvoeren, wat resulteert in een verlies aan verdiencapaciteit van ruim 25%.
Daarmee was de weigering van de WIA-uitkering terecht en werd het beroep ongegrond verklaard. De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank met verbetering van gronden en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de WIA-uitkering wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.