ECLI:NL:CRVB:2009:BJ2680
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- J.N.A. Bootsma
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijstand wegens onduidelijkheid woonplaats appellant
Appellant diende op 5 juli 2005 een aanvraag om algemene bijstand in bij het College van burgemeester en wethouders van Nieuwegein, waarbij hij aangaf woonachtig te zijn op een adres in Nieuwegein. Het College weigerde de bijstand omdat zij meende dat appellant niet op het opgegeven adres woonde. Na diverse procedures, waaronder een eerdere vernietiging door de Raad, handhaafde het College het besluit op bezwaar van 7 november 2007.
De Centrale Raad van Beroep beoordeelde de periode van 5 juli 2005 tot 24 augustus 2005 en concludeerde dat de onderzoeksbevindingen onvoldoende waren om vast te stellen dat appellant geen woonplaats had in Nieuwegein. Appellant verklaarde zelf dat hij tussen 5 juli en 11 augustus 2005 niet in de woning verbleef, maar dit gaf geen zekerheid over zijn woonplaats. Het huisbezoek op 16 augustus 2005 toonde een onbewoonde indruk van de woning.
De Raad oordeelde dat appellant de inlichtingenplicht uit artikel 17 WWB Pro had geschonden, waardoor het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat er geen ondubbelzinnige toezegging was. De Raad vernietigde het besluit van 7 november 2007 wegens onvoldoende motivering, verklaarde het beroep gegrond, maar handhaafde de rechtsgevolgen van het besluit. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen, en het College werd veroordeeld in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit van 7 november 2007 vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.