ECLI:NL:CRVB:2009:BJ2538
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herziening WAO-uitkering wegens zeldzame ziekte met wisselend ziekteverloop
Betrokkene, lijdend aan de zeldzame en progressieve ziekte agstic fibrosis, kreeg aanvankelijk een WAO-uitkering van 80-100%. Na hervatting van werk voor 16 uur per week werd dit verlaagd naar 55-65%. Een verzekeringsarts stelde in 2005 dat betrokkene fulltime zou kunnen werken, waarop de WAO-uitkering werd verlaagd naar 15-25% arbeidsongeschiktheid.
De rechtbank oordeelde echter dat betrokkene maximaal 16 uur per week belastbaar is, gebaseerd op een deskundigenrapport van de longarts Melissant. De Raad onderschrijft dit oordeel en wijst op het wisselende ziekteverloop en de zeldzaamheid van de aandoening, waardoor de maximale arbeidsduur alleen in samenspraak met de behandelend arts kan worden vastgesteld.
De Raad bevestigt de eerdere uitspraak van de rechtbank en beveelt appellant aan het besluit tot verlaging van de WAO-uitkering te herroepen en de oorspronkelijke uitkeringssituatie per 1 januari 2006 te herstellen. Het verzoek van betrokkene tot schadevergoeding wegens onterecht bezwaar wordt afgewezen. Tevens wordt appellant veroordeeld tot betaling van proceskosten.
Uitkomst: De WAO-uitkering van betrokkene wordt hersteld vanwege zijn beperkte arbeidsvermogen door een zeldzame ziekte; appellant wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten.