ECLI:NL:CRVB:2009:BJ2446
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- H.G. Rottier
- B.M. van Dun
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verwijtbare werkloosheid bij baanwisseling met tijdelijk contract zonder reëel vooruitzicht op vast dienstverband
Betrokkene trad in 2000 in dienst bij werkgever 1, met een vast contract vanaf 2001. Werkgever 1 kondigde in 2005 aan werkzaamheden af te bouwen en startte re-integratie, zonder concrete einddatum. Betrokkene nam ontslag bij werkgever 1 per 11 juli 2006 om een tijdelijk contract bij werkgever 2 aan te gaan van 11 juli tot 1 oktober 2006. Dit contract werd niet verlengd wegens gebrek aan formatieruimte. Betrokkene vroeg per 2 oktober 2006 een WW-uitkering aan, die door het UWV werd geweigerd wegens verwijtbare werkloosheid, omdat zij zonder noodzaak haar vaste baan had opgezegd voor een kortdurend contract zonder uitzicht op vast dienstverband.
De rechtbank verklaarde het bezwaar van betrokkene gegrond en vernietigde het besluit, oordelend dat betrokkene de overstap te lichtvaardig had gemaakt en daardoor een werkloosheidsrisico had genomen dat groter was dan bij voortzetting van het dienstverband bij werkgever 1. Tegelijkertijd achtte de rechtbank de situatie onduidelijk en de verwachting van betrokkene op een vast contract bij werkgever 2 reëel genoeg om de maatregel te matigen.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel en verduidelijkt de jurisprudentie omtrent verwijtbare werkloosheid bij baanwisselingen. De Raad stelt dat indien een reëel vooruitzicht op een dienstverband van minstens 26 weken bestond, geen onderzoek naar verwijtbaarheid van de werkloosheid nodig is. In dit geval was echter geen aannemelijk vooruitzicht op verlenging, waardoor betrokkene het risico droeg. Toch acht de Raad de omstandigheden zodanig dat betrokkene niet in overwegende mate kan worden verweten dat zij de baanwissel maakte, zodat matiging van de maatregel passend is.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de matiging van de maatregel wegens verwijtbare werkloosheid en legt het griffierecht aan het UWV op.