ECLI:NL:CRVB:2009:BJ2410
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.M. van Male
- J.J.A. Kooijman
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstand wegens vermeende gezamenlijke huishouding niet voldoende onderbouwd
Betrokkene ontving sinds 1996 bijstand als alleenstaande ouder. Naar aanleiding van een anonieme tip startte de Sociale Recherche een onderzoek naar vermeende gezamenlijke huishouding met [B.], wat leidde tot intrekking en terugvordering van bijstand vanaf 1 maart 1999.
De rechtbank vernietigde het besluit op bezwaar omdat onvoldoende was vastgesteld dat betrokkene en [B.] vanaf die datum een gezamenlijke huishouding voerden, maar oordeelde wel dat vanaf 15 april 2005 sprake was van een gezamenlijke huishouding. De Raad beperkt het hoger beroep tot de periode 1 maart 1999 tot 15 april 2005.
De Raad stelt vast dat de onderzoeksresultaten en getuigenverklaringen onvoldoende concreet bewijs leveren dat [B.] zijn hoofdverblijf in de woning van betrokkene had in die periode. Ook is niet voldaan aan het criterium van wederzijdse zorg. Daarom is het besluit op bezwaar niet zorgvuldig genomen en vernietigt de Raad dit, met de verplichting tot een nieuw besluit.
Uitkomst: Het besluit op bezwaar tot intrekking en terugvordering van bijstand wordt vernietigd wegens onvoldoende onderbouwing.