ECLI:NL:CRVB:2009:BJ2400
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.M. van Male
- R.H.M. Roelofs
- W.F. Claessens
- Rechtspraak.nl
Vernietiging terugvorderingsbesluit bijstand en toekenning schadevergoeding wegens termijnoverschrijding
Appellante ontving vanaf november 1998 bijstand, die later werd ingetrokken vanwege inkomsten uit arbeid en ziektewetuitkering. Het College van burgemeester en wethouders van Amsterdam vorderde terugbetaling van bijstandskosten over de periode december 1998 tot oktober 1999. Na bezwaar en beroep werden eerdere besluiten vernietigd en herzien, waarbij het terug te vorderen bedrag werd gematigd tot 90% van de netto gemaakte kosten.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep stelde vast dat de uitspraak van de rechtbank niet in het openbaar was uitgesproken, wat in strijd is met de wet. Daarom werd de uitspraak vernietigd. Tevens oordeelde de Raad dat het College bevoegd was tot terugvordering, maar dat de matiging tot 10% van het netto bedrag redelijk was en dat een verdere matiging niet verplicht was.
Verder stelde de Raad vast dat de totale procedure ruim acht jaar en tien maanden duurde, waarbij de redelijke termijn met vier jaar en tien maanden werd overschreden. Deze overschrijding werd volledig aan het College toegerekend. Daarom werd het College veroordeeld tot een immateriële schadevergoeding van €5.000 aan appellante. Ook werden proceskosten toegekend aan appellante.
De Raad vernietigde de besluiten van 28 maart 2006 en 12 november 2007, handhaafde de rechtsgevolgen van het laatste besluit en veroordeelde het College tot vergoeding van schade en proceskosten. De uitspraak werd in het openbaar gedaan op 17 juni 2009.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep vernietigt het terugvorderingsbesluit, bevestigt matiging tot 10% en kent €5.000 schadevergoeding toe wegens overschrijding redelijke termijn.