ECLI:NL:CRVB:2009:BJ2335
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.M. van Male
- J.J.A. Kooijman
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekkingsbesluit bijstand wegens ondeugdelijke motivering en hernieuwde besluitvorming
Appellante ontving bijstand vanaf november 1999 en werd geconfronteerd met een intrekkings- en terugvorderingsbesluit van het College wegens vermeende schending van haar inlichtingenplicht over inkomsten uit krantenbezorging.
De rechtbank had het beroep van appellante gedeeltelijk gegrond verklaard, met name omdat onvoldoende was vastgesteld dat zij vanaf 1 januari 2002 werkzaamheden verrichtte. De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat over de periode 30 december 2002 tot en met 31 december 2003 geen schending van de inlichtingenplicht is aangetoond, waardoor intrekking en terugvordering voor die periode onrechtmatig waren.
Voor de periode van 1 januari 2004 tot en met 31 augustus 2005 is wel sprake van onvolledige opgave van inkomsten, maar de Raad stelt vast dat op basis van betalingsoverzichten en bankafschriften het recht op bijstand kan worden vastgesteld. Het College heeft het besluit van 13 september 2007, dat hierop voortbouwt, vernietigd en het College opgedragen nieuwe besluiten te nemen. Tevens is het College veroordeeld in de proceskosten van appellante.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking en terugvordering van bijstand wordt vernietigd en het College wordt opgedragen nieuwe besluiten te nemen.