ECLI:NL:CRVB:2009:BJ2171
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering bijstand wegens gezamenlijke huishouding ex-echtgenoten
In deze zaak gaat het om het hoger beroep van appellante tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam inzake de terugvordering van bijstand die ten onrechte aan haar ex-echtgenoot is verleend. Het College van burgemeester en wethouders van Amsterdam had op grond van onderzoek vastgesteld dat appellante en haar ex-echtgenoot gedurende de relevante perioden een gezamenlijke huishouding voerden, ondanks dat zij elk een eigen woonadres hadden.
Het College had de bijstand aan de ex-echtgenoot ingetrokken en de kosten daarvan mede van appellante teruggevorderd op grond van artikel 59 van Pro de WWB. Appellante voerde aan dat zij niet gezamenlijk woonden, maar getuigenverklaringen en haar eigen verklaringen bevestigden het tegendeel. De Raad concludeerde dat de onderzoeksbevindingen en getuigenverklaringen voldoende grondslag boden voor het standpunt van het College.
De Raad oordeelde dat het College bevoegd was tot terugvordering en dat er geen dringende redenen waren om hiervan af te zien. Het hoger beroep van appellante werd afgewezen en de aangevallen uitspraak werd bevestigd. De Raad zag geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: De terugvordering van de ten onrechte betaalde bijstand mede van appellante wordt bevestigd.