ECLI:NL:CRVB:2009:BJ2140
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herroeping intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende onderbouwing urenbeperking bij chronische myeloïde leukemie
Appellante, die sinds 1999 arbeidsongeschikt is vanwege psychische klachten en sinds 2000 lijdt aan chronische myeloïde leukemie (CML), kreeg een WAO-uitkering toegekend met een urenbeperking van circa 4 uur per dag. In 2006 heeft het UWV de WAO-uitkering ingetrokken op basis van een Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) waarin de urenbeperking was vervallen, omdat de verzekeringsarts oordeelde dat appellante stabiel was en in staat om 8 uur per dag te werken.
Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit, stellende dat haar vermoeidheidsklachten, mede door het medicijn Glivec, onderschat waren en dat zij niet meer dan 4 uur per dag kon werken. De bezwaarverzekeringsarts handhaafde het besluit, maar de rechtbank vernietigde het bezwaarbesluit voor zover de rechtsgevolgen in stand waren gelaten.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het laten vervallen van de urenbeperking bij een ongewijzigd medisch beeld een deugdelijke onderbouwing vereist, die in de rapportages van de (bezwaar)verzekeringsartsen ontbreekt. De Raad stelt vast dat het dagverhaal en het activiteitenniveau van appellante onvoldoende zijn meegewogen en dat de FML een onjuist beeld geeft van haar belastbaarheid. Daarom wordt het besluit van 28 augustus 2006 tot intrekking van de WAO-uitkering herroepen en loopt de uitkering door met een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de WAO-uitkering wordt herroepen en de uitkering loopt ongewijzigd door met een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%.