ECLI:NL:CRVB:2009:BJ2104
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herbeoordeling WAO-uitkering wegens overschatting belastbaarheid appellant
Appellant, die sinds 1999 een WAO-uitkering ontvangt wegens arbeidsongeschiktheid na een val en polsblessure, werd door het UWV herbeoordeeld op basis van een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) van februari 2005. Deze FML vormde de basis voor het oordeel dat appellant nog in staat was gangbare arbeid te verrichten, wat leidde tot beëindiging van zijn uitkering per april 2005.
Appellant voerde bezwaar aan tegen deze beslissing, onder meer met een medisch rapport van internist dr. Stork die stelde dat appellant volledig arbeidsongeschikt is vanwege ernstige functiestoornissen en pijnklachten. De Raad benoemde een onafhankelijke deskundige, revalidatiearts Kap, die concludeerde dat de FML de belastbaarheid van appellant overschatte, vooral gezien zijn linkshandigheid en de beperkte belastbaarheid van zijn linkerpols.
De Raad verwierp het beroep op het vertrouwensbeginsel en het ontbreken van een wettelijke grondslag voor herbeoordeling, maar gaf wel gehoor aan de medische beroepsgrond. Het verschil van inzicht tussen artsen leidde tot de benoeming van de deskundige Kap, wiens oordeel doorslaggevend was.
De Raad vernietigde het besluit van het UWV en beval een nieuwe beslissing aan met inachtneming van deze uitspraak. Tevens veroordeelde de Raad het UWV tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellant.
Uitkomst: Het besluit tot beëindiging van de WAO-uitkering wordt vernietigd en het UWV moet een nieuw besluit nemen.