ECLI:NL:CRVB:2009:BJ1795
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstandsuitkering wegens onvoldoende medewerking
Appellant ontving een bijstandsuitkering op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Tijdens huisbezoeken in januari 2006 werd appellant niet thuis aangetroffen en gaf hij geen gehoor aan een uitnodiging om op kantoor te verschijnen met relevante documenten. Het College van burgemeester en wethouders van Amsterdam besloot daarop tot opschorting en vervolgens intrekking van de uitkering.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze besluiten ongegrond. Appellant stelde zich in hoger beroep gemotiveerd op het standpunt dat het besluit onterecht was en verzocht tevens om vergoeding van renteschade. De Centrale Raad van Beroep stelde vast dat appellant verwijtbaar heeft verzuimd de gevraagde gegevens te verstrekken en onvoldoende medewerking heeft verleend.
De Raad oordeelde dat het College terecht gebruik heeft gemaakt van haar bevoegdheid tot opschorting en intrekking van de bijstand op grond van artikel 54 WWB Pro. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen omdat het hoger beroep niet slaagde. De aangevallen uitspraak werd bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de bijstandsuitkering wegens onvoldoende medewerking wordt bevestigd en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.