ECLI:NL:CRVB:2009:BJ1661
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- J.P.M. Zeijen
- R. Kruisdijk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging herzieningsbesluit WAO-uitkering wegens onvoldoende motivering
Appellant maakte bezwaar tegen het UWV-besluit van 22 juni 2005 tot herziening van zijn WAO-uitkering naar een arbeidsongeschiktheid van 65 tot 80%. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat de medische gegevens en arbeidskundige rapporten voldoende onderbouwing boden voor het besluit.
In hoger beroep voerde appellant aan dat het UWV zijn beperkingen onjuist had ingeschat, dat hij volledig arbeidsongeschikt was en dat het CBBS-systeem onvoldoende toetsbaar was. Het UWV erkende dat de oorspronkelijke Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) niet conform instructies was ingevuld en leverde een gecorrigeerde versie.
De Raad oordeelde dat er geen sprake was van open voetwonden per 1 juli 2005 en dat de medische situatie op 1 februari 2006 leidde tot een latere herziening. De urenbeperking werd niet toegekend omdat de functies al een beperkte urenomvang hadden en appellant niet aan formele criteria voldeed. De aangepaste FML bevatte geen verborgen beperkingen meer. De Raad vernietigde het bestreden besluit wegens strijd met de Awb, maar liet de rechtsgevolgen in stand en veroordeelde het UWV in de proceskosten.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot herziening van de WAO-uitkering wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering, met instandhouding van de rechtsgevolgen en veroordeling van het UWV in proceskosten.