ECLI:NL:CRVB:2009:BI9813
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- W.F. Claessens
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bijzondere bijstand en langdurigheidstoeslag bij waardestijging woning
Appellant, eigenaar van een woning en ontvanger van arbeidsongeschiktheidsuitkering, ontving bijzondere bijstand voor woonkosten, elektriciteit en dieetkosten. Na een onderzoek naar zijn draagkracht besloot het College de bijzondere bijstand grotendeels af te wijzen en de langdurigheidstoeslag te weigeren vanwege te hoog vermogen.
De rechtbank gaf deels gelijk aan appellant voor dieetkosten, maar handhaafde het besluit voor woonkosten en elektriciteit. Appellant ging in hoger beroep tegen deze uitspraken. De Raad oordeelde dat het College terecht de waarde van de woning en schulden had betrokken bij de draagkrachtbeoordeling, waarbij ook rekening werd gehouden met vermogensvrijlatingen volgens de WWB.
De Raad stelde dat een waardestijging van de woning niet gelijkgesteld kan worden met spaargeld en dat verdere bezwaring van de woning redelijk was. Er was geen sprake van een toezegging dat bijzondere bijstand onvoorwaardelijk zou worden gecontinueerd. De overgangsperiode voor afbouw van bijstand was redelijk. De weigering van de langdurigheidstoeslag werd bevestigd vanwege het bezit van in aanmerking te nemen vermogen.
De Raad bevestigde de aangevallen uitspraken en wees proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: De bijzondere bijstand wordt beëindigd wegens draagkracht en de langdurigheidstoeslag geweigerd wegens vermogen.