ECLI:NL:CRVB:2009:BI9159
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ongewijzigde belastbaarheid werknemer bij WAO-uitkering
Werknemer, sinds 1979 werkzaam als vertegenwoordiger, kreeg in 1997 een WAO-uitkering wegens hart- en vaatproblemen. In 2004 meldde hij zich ziek met vermeende toegenomen beperkingen en verzocht om verhoging van de uitkering. Het UWV besloot dit af te wijzen op basis van medische rapportages die een stabiele situatie beschreven.
Appellante betoogde dat de beperkingen waren toegenomen, maar de rechtbank vernietigde het besluit vanwege onzorgvuldige voorbereiding. Na aanvullende medische informatie handhaafde het UWV het besluit. De rechtbank verklaarde het beroep daarop ongegrond, stellende dat werknemer geschikt bleef voor aangepast werk.
In hoger beroep bevestigt de Raad dat de medische gegevens geen aanwijzingen geven voor toegenomen beperkingen per 15 juni 2004. Zowel cardioloog als vaatchirurg beschreven een stabiele situatie, en werknemer kon het werk van 20 uur per week blijven verrichten. Het beroep wordt ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd dat werknemer geschikt blijft voor aangepast werk van 20 uur per week.