ECLI:NL:CRVB:2009:BI8298
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- H.G. Rottier
- B.M. van Dun
- Rechtspraak.nl
Afwijzing te late aanvraag overname betalingsverplichtingen WW zonder bijzonder geval
Appellant diende een aanvraag in bij het UWV voor overname van betalingsverplichtingen op grond van hoofdstuk IV van de WW, nadat zijn voormalige werkgever failliet was verklaard. De aanvraag werd afgewezen omdat deze meer dan 26 weken na het ontstaan van het recht was ingediend. Appellant stelde dat het UWV hem had moeten informeren over de aanvraagmogelijkheid, waardoor sprake zou zijn van een bijzonder geval.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond omdat onbekendheid met de wet- en regelgeving en de nalatigheid van de curator niet leiden tot een bijzonder geval. De Raad bevestigt dit oordeel en benadrukt dat de verantwoordelijkheid voor een tijdige aanvraag bij appellant blijft rusten. Telefonische contacten met het UWV over betalingsachterstanden vormden geen aanleiding voor het UWV om appellant te wijzen op de aanvraagmogelijkheid.
De Raad overweegt dat de doorzendplicht uit de Awb niet van toepassing is op de curator en dat geen bijzondere omstandigheden zijn aangetoond. Daarom wordt de afwijzing van de aanvraag bevestigd en is geen grond voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro aanwezig.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de te late aanvraag wegens het ontbreken van een bijzonder geval.