ECLI:NL:CRVB:2009:BI7449
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering na beoordeling medische en arbeidskundige gronden
Appellante maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om haar WAO-uitkering te verlagen naar een arbeidsongeschiktheid van 65 tot 80% per 30 mei 2006. Zowel de rechtbank als de Centrale Raad van Beroep oordeelden dat de medische en arbeidskundige onderbouwing van deze beslissing juist was.
De Raad stelde vast dat de beperkingen van appellante correct waren vastgelegd in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) en dat zij op grond van beschikbare medische gegevens in staat is de door de arbeidsdeskundige voorgehouden functies te vervullen. De stelling van appellante dat zij niet tot 20 uur arbeid per week in staat is, werd niet ondersteund door nieuwe medische stukken.
De Raad verwierp het rapport van de arbeidsdeskundige Kijvekamp dat appellante slechts geschikt zou zijn voor zeer eenvoudige en gestructureerde werkzaamheden, omdat dit niet in overeenstemming was met de medische gegevens en de FML. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de verlaging van de WAO-uitkering bevestigd.