ECLI:NL:CRVB:2009:BI6948
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens verzwegen bankrekening
Appellanten ontvingen bijstand van het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Weert van december 2000 tot november 2003. Tijdens een onderzoek kwam aan het licht dat appellanten een bankrekening bij ABN-AMRO hadden met een aanzienlijk saldo, dat niet was gemeld aan het College. Het College besloot daarom de bijstand over de betreffende periode in te trekken en de kosten terug te vorderen wegens schending van de inlichtingenverplichting en het beschikken over vermogen boven de toegestane grens.
Appellanten voerden aan dat het tegoed op de bankrekening eigendom was van de broer van appellante, die gokverslaafd zou zijn, en dat appellante slechts beheerder was. Deze stellingen werden echter niet voldoende onderbouwd met verifieerbare gegevens; de enkele verklaring van de broer volstond niet. Ook was niet aannemelijk gemaakt dat appellante niet over de gelden kon beschikken omdat de broer de bankpas had.
De Raad oordeelde dat het saldo op de bankrekening als vermogen van appellanten moet worden beschouwd, omdat appellante als enige beschikkingsbevoegde stond ingeschreven en het saldo de vermogensgrens ruimschoots overschreed. Het College handelde binnen zijn bevoegdheid en in overeenstemming met beleidsregels. Er waren geen bijzondere omstandigheden die afwijking van deze regels rechtvaardigden.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak van de rechtbank Roermond werd bevestigd. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking en terugvordering van bijstand bevestigd.