ECLI:NL:CRVB:2009:BI6827
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- J.P.M. Zeijen
- R. Kruisdijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening Wajong-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid van 45-55%
Appellante heeft bezwaar gemaakt tegen de vaststelling van haar Wajong-uitkering op een arbeidsongeschiktheidspercentage van 45 tot 55%, ingaande 8 januari 2007. De rechtbank had het bestreden besluit vernietigd vanwege schending van het zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel, maar de rechtsgevolgen van het besluit in stand gelaten. In hoger beroep richt appellante zich tegen de instandhouding van deze rechtsgevolgen en voert zij aan dat zij door chronisch vermoeidheidssyndroom/ME niet belastbaar is voor 20 uur arbeid per week.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de onderzoeken door de UWV-verzekeringsartsen zorgvuldig zijn verricht, met overleg tussen verzekeringsarts, arbeidsdeskundige en stafverzekeringsarts en een gemotiveerde vereniging van de bezwaarverzekeringsarts. De Raad acht de relativering van belastbaarheid niet ontoelaatbaar en stelt vast dat de medische beperkingen van appellante niet zwaarder zijn dan door het UWV aangenomen.
Uit aanvullend onderzoek van het CFS Research Center Amsterdam blijkt geen aanleiding om aan te nemen dat appellante niet zelfredzaam is of dat sprake is van geen duurzaam benutbare mogelijkheden (GDBM). De functies waarop de schatting is gebaseerd zijn voldoende toegelicht en geschikt bevonden voor lichte, parttime arbeid. Het hoger beroep faalt en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellante geschikt is voor lichte, parttime arbeid met een arbeidsongeschiktheid van 45 tot 55%.