ECLI:NL:CRVB:2009:BI6133
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- J.C.F. Talman
- J.J.A. Kooijman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens gezamenlijke huishouding
Appellanten ontvingen bijstandsuitkeringen, maar na een melding over samenwonen startte de gemeente Nijmegen een onderzoek naar de rechtmatigheid van de bijstand. Dit leidde tot besluiten tot intrekking en terugvordering van bijstand over verschillende periodes, omdat appellanten zonder melding een gezamenlijke huishouding voerden.
De rechtbank verklaarde de beroepen van appellanten tegen deze besluiten grotendeels ongegrond, met uitzondering van enkele perioden waarvoor de besluiten werden vernietigd en hernieuwd moesten worden. In hoger beroep betwistten appellanten het oordeel dat zij vanaf 1 september 2005 hun hoofdverblijf hadden in de woning van appellante.
De Raad oordeelt dat het hoofdverblijf moet worden vastgesteld aan de hand van concrete feiten en omstandigheden. De verklaring van appellante, afgelegd onder ambtseed en parafering, en de verklaring van appellant ondersteunen dat zij vanaf genoemde datum samenwoonden. De stelling dat de gemeente toestemming had gegeven voor proefsamenwonen is onvoldoende onderbouwd.
Daarom worden de aangevallen uitspraken bevestigd en de intrekking en terugvordering van bijstand gehandhaafd. De Raad ziet geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van bijstand wegens gezamenlijke huishouding vanaf 1 september 2005.