ECLI:NL:CRVB:2009:BI5380
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- H.G. Rottier
- B.M. van Dun
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging intrekking en terugvordering WW-uitkering wegens onvoldoende onderzoek uren hennepkwekerij
Betrokkene ontving een WW-uitkering die door appellant werd herzien en teruggevorderd wegens exploitatie van een hennepkwekerij in de periode van november 2004 tot april 2005. De rechtbank vernietigde het besluit van appellant omdat deze onvoldoende concreet onderzoek had gedaan naar het aantal uren dat betrokkene daadwerkelijk in de kwekerij werkzaam was.
Appellant stelde in hoger beroep dat de omvang van de werkzaamheden schattenderwijs moest worden vastgesteld en dat betrokkene vanaf 8 november 2004 fulltime met de kwekerij bezig was. Betrokkene betwistte dit en stelde dat eenvoudig informatie beschikbaar is over de benodigde tijdsinvestering.
De Raad overweegt dat de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat appellant onvoldoende concreet onderzoek heeft verricht en dat een schatting zonder onderzoek niet toereikend is. De Raad bevestigt de vernietiging van het besluit en wijst het hoger beroep af. Tevens wordt appellant veroordeeld in de proceskosten van betrokkene.
De Raad voegt toe dat appellant alsnog een gedegen onderzoek moet uitvoeren, waarbij ook de verklaring van betrokkene dat hij maximaal drie uur per week werkte, moet worden betrokken. Gezien de sociale en lichamelijke omstandigheden van betrokkene kan niet worden uitgesloten dat zijn aandeel gering was.
De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 13 mei 2009 en betreft een bestuursrechtelijke procedure over de toepassing van de Werkloosheidswet.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd wegens onvoldoende concreet onderzoek naar de omvang van de werkzaamheden.