ECLI:NL:CRVB:2009:BI5352
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- J.C.F. Talman
- J.J.A. Kooijman
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluiten buiten behandelingstelling en afwijzing bijstandsaanvraag wegens onredelijke hersteltermijn
Appellant, voormalig zelfstandig autospuiter, beëindigde zijn bedrijf en vroeg bijstand aan op grond van de WWB. Zijn eerste aanvraag werd buiten behandeling gesteld omdat hij niet binnen de gestelde termijn de gevraagde financiële stukken aanleverde. De Raad oordeelde dat deze hersteltermijn onredelijk kort was, aangezien appellant de stukken nog moest laten opstellen door een boekhouder.
De Raad vernietigde de besluiten die de aanvragen buiten behandeling stelden en de afwijzing van de aanvraag over de periode 20 april tot 22 november 2005. Tevens werd het Dagelijks Bestuur opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Het bezwaar tegen de verlaging van de bijstand werd reeds eerder gegrond verklaard en een schadevergoeding toegekend.
Verder veroordeelde de Raad het Dagelijks Bestuur tot vergoeding van proceskosten en kosten voor rechtsbijstand die appellant had gemaakt bij de behandeling van zijn bezwaren. Het verzoek om schadevergoeding werd niet toegewezen omdat nadere besluitvorming nodig is.
De uitspraak benadrukt het belang van een redelijke hersteltermijn bij onvolledige aanvragen en dat bestuursorganen inhoudelijk moeten beslissen op aanvragen als de benodigde gegevens redelijkerwijs niet tijdig konden worden aangeleverd. De Raad vernietigde de eerdere uitspraak van de rechtbank Groningen voor zover deze niet met deze overwegingen rekening hield.
Uitkomst: De Raad vernietigt de besluiten die de bijstandsaanvragen buiten behandeling stelden wegens een onredelijke hersteltermijn en beveelt hernieuwde besluitvorming met vergoeding van proceskosten.