ECLI:NL:CRVB:2009:BI3729
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herziening WAO-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid en geschiktheid functies
Appellant, met een WAO-uitkering wegens een linkerbovenbeenamputatie en nek- en armklachten, kreeg zijn uitkering herzien op basis van een mate van arbeidsongeschiktheid tussen 25-35%, later verhoogd naar 35-45% na bezwaar. De rechtbank beperkte het geschil tot 20 oktober 2003 en vernietigde het besluit wegens onvoldoende arbeidskundige onderbouwing.
Het UWV nam nieuwe besluiten op bezwaar die een hogere mate van arbeidsongeschiktheid (55-65%) vaststelden, maar de Raad vernietigt deze besluiten wegens onvoldoende motivering van de geschiktheid van functies als magazijnmedewerker en assistent consultatiebureau. De Raad volgt het oordeel van een onafhankelijke revalidatiearts die beperkingen bevestigt.
Daarnaast oordeelt de Raad dat de rechtbank ten onrechte het geschil beperkte tot 20 oktober 2003 en dat het beroep voor 1 januari 2003 ongegrond is vanwege de wettelijke wachttijd. De Raad constateert ook een schending van de redelijke termijn door het UWV en de Raad zelf en opent een procedure voor schadevergoeding. Het UWV wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen en de proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Besluiten over herziening WAO-uitkering worden vernietigd wegens onvoldoende motivering en schending redelijke termijn; nieuw besluit wordt bevolen.