ECLI:NL:CRVB:2009:BI3122
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- R. Kruisdijk
- R.P.Th. Elshoff
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende onderbouwing belastbaarheid
Appellante, voormalig monteuse, kreeg sinds 1996 een WAO-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid van 80-100%. In 2006 trok het UWV haar uitkering in omdat haar arbeidsongeschiktheid minder dan 15% zou zijn. Appellante maakte bezwaar en stelde dat haar beperkingen ernstiger waren dan het UWV aannam. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de Raad vernietigt dit oordeel.
De Raad oordeelt dat de medische gegevens en de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) van 1 augustus 2007 voldoende onderbouwing bieden voor de vastgestelde belastbaarheid. Echter, de arbeidskundige beoordeling van twee functies, elektronica monteur en wikkelaar, is onvoldoende gemotiveerd. De Raad concludeert dat deze functies niet passend zijn voor appellante vanwege overschrijding van haar beperkingen en onjuiste functieomschrijvingen.
Daarom zijn er onvoldoende functies om de schatting van arbeidsmogelijkheden te baseren. De Raad vernietigt het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, met uitzondering van proceskosten en griffierecht, en beveelt het UWV tot een nieuw besluit op bezwaar. Tevens veroordeelt de Raad het UWV tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellante.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot intrekking van de WAO-uitkering wordt vernietigd en het UWV wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.