ECLI:NL:CRVB:2009:BI3037
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. van Male
- R.H.M. Roelofs
- J.J.A. Kooijman
- Rechtspraak.nl
Intrekking bijstand wegens vermeende zelfstandige activiteit niet voldoende bewezen
Appellant ontving sinds 1996 bijstand en kreeg deze ingetrokken per 24 juni 2003 op grond van vermeende zelfstandige werkzaamheden. Het College stelde dat appellant als zelfstandige actief was, maar kon dit niet voldoende aantonen. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, maar handhaafde de rechtsgevolgen van de intrekking.
In hoger beroep oordeelt de Raad dat appellant weliswaar tekort is geschoten in zijn inlichtingenplicht door niet tijdig melding te maken van zijn inschrijving bij de Kamer van Koophandel en hypotheeklening, maar dat dit niet voldoende is om het recht op bijstand definitief te ontzeggen. Het College heeft geen onderzoek gedaan naar daadwerkelijke geld waardeerbare activiteiten.
De Raad vernietigt de uitspraak voor zover deze de intrekking in stand liet, en beveelt het College een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens wordt het College veroordeeld tot betaling van proceskosten en vergoeding van griffierecht. Vergoeding van schade wordt uitgesloten zolang het College niet opnieuw heeft beslist.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand wordt vernietigd en het College wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.