ECLI:NL:CRVB:2009:BI3014
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens minder dan 15% arbeidsongeschiktheid
Appellant ontving sinds 1996 een WAO-uitkering wegens nierklachten en later ook psychische klachten. Het UWV trok de uitkering in 2005 in omdat de arbeidsongeschiktheid minder dan 15% zou zijn. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarbij de medische rapporten en de geschiktheid van functies werden beoordeeld.
In hoger beroep handhaafde appellant zijn standpunten over meer beperkingen door lichamelijke klachten en een depressie. Een door appellant ingeschakelde zenuwarts stelde in 2008 een ernstige depressie vast, maar de Raad concludeerde dat deze beoordeling niet betrekking had op de datum van het besluit in 2005. De bezwaarverzekeringsarts had destijds al rekening gehouden met psychische en lichamelijke beperkingen.
De Raad vond geen aanwijzingen dat het UWV de beperkingen verkeerd had ingeschat en dat de geselecteerde functies passend waren. Er was geen reden voor nader neuroloogonderzoek. De intrekking van de WAO-uitkering bleef daarom in stand en het hoger beroep werd afgewezen.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wegens minder dan 15% arbeidsongeschiktheid wordt bevestigd.